ECLI:NL:CRVB:2006:AV7750
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening uitkering en belanghebbendheid erfgenamen Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
De zaak betreft beroepen van de erven van een overleden uitkeringsgerechtigde tegen besluiten van de Pensioen- en Uitkeringsraad tot herziening van de periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De herziening was gebaseerd op het niet opgeven van een door de Zwitserse overheid betaalde oudedagvoorziening (AVS-pensioen), waardoor te veel uitkering was verstrekt en terugvordering werd bevolen.
De Raad overweegt dat de betrokkene verplicht was alle inkomsten op te geven en dat het niet melden van het AVS-pensioen als grove nalatigheid moet worden aangemerkt. Hierdoor was de herziening en terugvordering terecht. De stelling van de erven dat geen sprake was van opzet wordt verworpen.
Verder oordeelt de Raad dat de erven geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 Awb Pro, omdat zij niet rechtstreeks bij het herzieningsbesluit betrokken zijn, ondanks dat zij de schulden van de betrokkene erven. Het bezwaar en beroep van de erven worden daarom ongegrond verklaard.
Tot slot wijst de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevestigt de bevoegdheid tot herziening bij grove nalatigheid en verduidelijkt de criteria voor belanghebbendheid van erfgenamen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De beroepen van de erven worden ongegrond verklaard en de herzieningsbesluiten blijven in stand.