ECLI:NL:RBLIM:2021:5136
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening voorschot asbestslachtoffer onterecht
Eiseres verzocht om herziening van het besluit tot afwijzing van een voorschot op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 (Regeling TAS). De eerste aanvraag was gedaan door haar echtgenoot, die in de beroepstermijn overleed. Verweerder wees de aanvraag van eiseres af omdat zij geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat de eerste aanvraag door de echtgenoot bij leven was ingediend en dat het bezwaar tegen afwijzing ongegrond was verklaard. Na overlijden van de echtgenoot bleek uit herbeoordeling dat de diagnose asbestose wel juist was, waardoor het eerdere afwijzingsbesluit onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres als nabestaande wel belanghebbende is bij het verzoek om herziening, omdat de eerste aanvraag door haar echtgenoot was gedaan en de besluiten mede haar belang betroffen. Het standpunt van verweerder was onjuist en de afwijzing van de aanvraag van eiseres was evident onredelijk.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van eiseres vergoed.
De uitspraak benadrukt dat nabestaanden aanspraak kunnen maken op een voorschot indien de betrokkene na aanvraag overlijdt en aan de voorwaarden voldoet, conform artikel 11 van Pro de Regeling TAS.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het voorschot wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.