ECLI:NL:CRVB:2006:AV7824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering bij betrokkene en niet bij stichting
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin werd geoordeeld dat de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering van €57.493,06 terecht bij hem wordt teruggevorderd en niet bij de Stichting via welke de uitkering werd betaald.
De rechtbank had overwogen dat artikel 57, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voorschrijft dat onverschuldigde uitkeringen van de betrokkene zelf worden teruggevorderd, waardoor terugvordering bij de Stichting niet mogelijk is. Tevens werd geoordeeld dat een vonnis tussen appellant en de Stichting geen gevolgen heeft voor de rechtsverhouding tussen appellant en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en wijst het hoger beroep af omdat appellant geen nieuwe relevante argumenten heeft aangevoerd. De terugvordering blijft dus aan appellant gericht en niet aan de Stichting.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd bij appellant en niet bij de Stichting.