ECLI:NL:CRVB:2006:AV8050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota en boete inzake maaltijdvergoedingen en loonbelasting
Appellante, een B.V., voerde hoger beroep tegen een besluit van het UWV waarin correctienota's en een boete werden gehandhaafd over de jaren 1996 tot en met 2000. De discussie betrof de fiscale behandeling van maaltijdvergoedingen aan werknemers die op koopavonden werken. De rechtbank had het besluit deels vernietigd voor 1996, maar voor het overige in stand gelaten.
De Raad overwoog dat maaltijdvergoedingen geen vergoeding zijn van intermediaire kosten, maar behoren tot het loon, tenzij sprake is van overwerk. Uit een steekproef bleek dat 39% van de maaltijdvergoedingen werd toegekend zonder dat sprake was van overwerk, waardoor deze volledig als loon moesten worden belast. Voor de overige 61% had rekening moeten worden gehouden met de besparingswaarde, hetgeen niet was gebeurd. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en bevestigde het beleid van het UWV.
De uitspraak bevestigt dat de werkgever verantwoordelijk is voor een correcte loonadministratie en dat afspraken met de Belastingdienst niet automatisch gelden voor het UWV. De correctienota's en boete werden gehandhaafd, waarmee het hoger beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellante af.