ECLI:NL:CRVB:2006:AV8689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en geschil over gedifferentieerde premie WAO voor premiejaar 2003
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), stelde op 9 december 2002 de gedifferentieerde premie voor de WAO over het jaar 2003 vast op 2,38%, waarbij gedaagde werd ingedeeld in de categorie 'kleine werknemers'. Gedaagde maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar nam geen rechtsmiddel tegen het besluit van 9 december 2002, waardoor dit besluit formele rechtskracht kreeg.
Gedaagde stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 9 december 2002 en overlegde een pro-forma bezwaarschrift van 14 januari 2003. De rechtbank oordeelde dat gedaagde tijdig bezwaar had gemaakt en vernietigde het besluit voor zover het ging om het premiepercentage van 2,38%, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door het bezwaar tegen het besluit van 9 december 2002 te beoordelen, terwijl in het geding alleen het besluit van 13 juli 2004 lag. De Raad stelt dat appellant nog een besluit moet nemen over het bezwaar van 14 januari 2003 en dat het premiepercentage in dit geding niet ter discussie kan staan. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
De premienota over 2003 kan in stand blijven uitgaande van de juistheid van het premiepercentage. Mocht het bezwaar tegen het besluit van 9 december 2002 leiden tot een ander percentage, dan zal appellant de premie moeten aanpassen. De Raad veroordeelt appellant niet in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.