ECLI:NL:CRVB:2006:AV8689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie ingevolge de WAO
In deze zaak heeft de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 mei 2005. De rechtbank had het beroep van gedaagde, die bezwaar had gemaakt tegen de premienota over het jaar 2003, gegrond verklaard. De premienota was gebaseerd op een gedifferentieerde premie van 2,38% die eerder was vastgesteld op 9 december 2002. De rechtbank oordeelde dat gedaagde tijdig bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, wat de Raad in hoger beroep betwistte.
De Raad oordeelde dat de rechtbank buiten de omvang van het geding was getreden door te oordelen over het bezwaar van gedaagde tegen het besluit van 9 december 2002, aangezien dit besluit niet ter beoordeling voorlag. De Raad benadrukte dat de juistheid van het premiepercentage van 2,38% niet ter discussie kon staan in dit geding, omdat gedaagde geen rechtsmiddel had aangewend tegen het eerdere besluit. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van gedaagde ongegrond, waarbij de premienota over het jaar 2003 in stand bleef.
De Raad concludeerde dat, indien het bezwaar tegen het besluit van 9 december 2002 zou blijken te zijn gegrond, de premie over 2003 opnieuw vastgesteld zou moeten worden. De Raad zag geen aanleiding om de Uwv te veroordelen in de proceskosten van gedaagde.