ECLI:NL:CRVB:2006:AV8690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij vaststelling ingangsdatum bijstandsuitkering
Appellant vroeg bijstand aan bij de gemeente Wageningen en gaf op het aanvraagformulier aan dat de uitkering moest ingaan op de datum van melding bij de CWI, 27 februari 2004. De gemeente kende de uitkering toe vanaf die datum, maar appellant verzocht om terugwerkende kracht vanaf 28 januari 2004 vanwege een eerdere verhuizing en stopzetting van de uitkering door de gemeente ’s-Gravenhage.
De Raad beoordeelde dat volgens de Wet werk en bijstand (WWB) de uitkering ingaat op de dag van melding bij de CWI, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die terugwerkende kracht rechtvaardigen. Appellant kon zich niet eerder melden en had zelf aangegeven dat de uitkering moest ingaan op de meldingsdatum. Ook het feit dat de vorige gemeente de uitkering stopzette wegens onduidelijkheid over verblijfplaats, vormt geen bijzondere omstandigheid.
De Raad concludeerde dat de gemeente Wageningen de ingangsdatum terecht op 27 februari 2004 heeft gesteld en dat de eerdere stopzetting door de gemeente ’s-Gravenhage geen grond biedt voor terugwerkende kracht. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering wordt bevestigd op 27 februari 2004 zonder terugwerkende kracht.