ECLI:NL:CRVB:2006:AV8814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht volksverzekeringen bij verhuizing en werkzaamheden in Nederland
Gedaagde verhuisde in maart 1995 met haar echtgenoot naar België, waar haar echtgenoot als zelfstandige was verzekerd. Gedaagde vroeg in 1996 vrijwillige verzekering aan onder de AOW/AWW, met de mededeling dat zij tot 22 maart 1995 in Nederland werkte en daarna een winstaandeel uit een commanditaire vennootschap zou ontvangen.
Appellant stelde dat gedaagde vanaf 23 maart 1995 niet meer verplicht verzekerd was, omdat zij niet meer in Nederland werkte. Gedaagde verwees naar een brief van de Belastingdienst die stelde dat zij wel verplicht verzekerd was in 1995 en 1996. De rechtbank vernietigde het besluit van appellant wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke werkzaamheden van gedaagde in Nederland na haar verhuizing.
De Raad oordeelde dat appellant niet zorgvuldig heeft onderzocht of gedaagde na 23 maart 1995 daadwerkelijk werkzaamheden in Nederland verrichtte. De hoedanigheid van commanditair vennoot sluit werkzaamheden niet uit. Gedaagde heeft ter zitting gedetailleerd haar werkzaamheden beschreven. Besluiten van de Belastingdienst, gebaseerd op gegevens van appellant, kunnen niet doorslaggevend zijn.
Daarom kan het bestreden besluit niet in stand blijven en wordt het hoger beroep van appellant afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de verzekeringsplicht van gedaagde.