ECLI:NL:CRVB:2006:AV8859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschatting belastbaarheid en weigering arbeidsgehandicaptenstatus in WAO-uitkeringszaak
Appellante, werkzaam als commercieel exportmedewerkster luchtvracht, meldde zich in mei 2000 ziek met langdurige handklachten en diverse andere aandoeningen. Na medische en arbeidsdeskundige beoordelingen concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor haar eigen werk en weigerde een WAO-uitkering en de status van arbeidsgehandicapte toe te kennen per mei 2001.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, omdat er onvoldoende bewijs was dat haar belastbaarheid was overschat. Appellante werd later alsnog een WAO-uitkering toegekend per november 2001 wegens verslechtering van haar medische toestand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en oordeelt dat de latere toekenning van de WAO-uitkering niet betekent dat de belastbaarheid op de oorspronkelijke datum was overschat. De Raad acht de medische gegevens en rapportages voldoende onderbouwd en concludeert dat appellante niet als arbeidsgehandicapte kan worden aangemerkt op de datum van het oorspronkelijke besluit.
De Raad wijst ook het verzoek om proceskostenveroordeling af en stelt vast dat appellante niet is verschenen bij de zitting. De uitspraak bevestigt daarmee de weigering van het UWV om een WAO-uitkering en arbeidsgehandicaptenstatus toe te kennen per 13 mei 2001.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WAO-uitkering en de status van arbeidsgehandicapte toe te kennen per 13 mei 2001.