ECLI:NL:CRVB:2006:AV9359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering overneming betalingsverplichtingen werkgever WW
Appellante trad in november 2000 in dienst bij een werkgever en werd per december 2001 ontslagen. De werkgever vorderde een bedrag van f 68.750,-- (€ 31.197,39) terug, betrekking hebbend op vooruitbetaalde dividenden. Kort daarna werd de werkgever failliet verklaard en de arbeidsovereenkomst beëindigd door de curator. Appellante vroeg vervolgens om overneming van de betalingsverplichtingen van de werkgever volgens hoofdstuk IV van de WW, maar dit verzoek werd afgewezen.
De Raad oordeelde dat de vordering van de werkgever op appellante opeisbaar was en dat de overneming van de betalingsverplichtingen terecht was geweigerd omdat deze vordering door verrekening teniet was gegaan. Appellante betwistte de vordering, maar de curator had haar verzocht het bedrag alsnog te voldoen en dreigde met rechtsmaatregelen. Het feit dat de curator geen incassomaatregelen nam, maakte de vordering niet niet-opeisbaar.
De rechtbank en de Raad volgden deze redenering en verklaarden het beroep ongegrond. De Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot overneming van de betalingsverplichtingen van de werkgever krachtens hoofdstuk IV WW is terecht geweigerd en het hoger beroep wordt afgewezen.