ECLI:NL:CRVB:2006:AV9463
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kortdurende WW-uitkering en arbeidsverledeneis
Appellant heeft een kortdurende WW-uitkering aangevraagd maar werd geweigerd voor loongerelateerde en vervolguitkering omdat hij niet voldeed aan de vier uit vijf-eis van artikel 17 WW Pro. Hij stelde dat hij in 2001 zwart had gewerkt en dat hij meer uren werkte dan erkend. De Raad bevestigde dat appellant geen bewijs leverde voor het voldoen aan de arbeidsverledeneis en dat de enkele mededeling over zwartwerk onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat appellant ook niet kon aantonen dat hij meer dan 26 uur per week werkte bij zijn laatste werkgever. Gedaagde had het aantal uren en dagloon naar boven bijgesteld uit coulance. De rechtbank en Raad wezen het beroep af omdat appellant geen bewijsstukken overlegde en de wettelijke criteria niet werden gehaald.
De uitspraak benadrukt dat het aan de werknemer is om te bewijzen dat aan de arbeidsverledeneis is voldaan bij gebrek aan gegevens bij de uitvoeringsinstantie. De Raad vond geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; appellant heeft geen recht op loongerelateerde of vervolguitkering wegens niet voldoen aan arbeidsverledeneis.