ECLI:NL:CRVB:2006:AW0063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzekeringsplicht en dienstbetrekking van lassers en montagemedewerkers
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat correctie- en boetenota's oplegde wegens het niet doen van loonopgaven voor een groep lassers en montagemedewerkers over de jaren 1999 tot en met 2002.
De rechtbank had geoordeeld dat deze werknemers in een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie stonden met appellante, waarbij sprake was van persoonlijke arbeidsverrichting en een gezagsverhouding. Appellante betwistte dit en stelde dat de werknemers hun werkzaamheden naar eigen inzicht en zonder controle verrichtten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en benadrukt dat de werkzaamheden van de betrokkenen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormen en dat zij geen gebruik maakten van derden. Wel constateert de Raad dat het UWV niet volledig heeft voldaan aan de opdracht om ook de situatie van één werknemer nader te onderzoeken, waardoor het besluit van 20 juli 2005 wordt vernietigd. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang, maar het beroep tegen het latere besluit wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 20 juli 2005 vernietigd wegens onvoldoende onderzoek.