ECLI:NL:CRVB:2006:AW1312

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-5922 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak voorzieningenrechter WWB

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 augustus 2005 in een zaak over de Wet werk en bijstand (WWB).

De Raad overweegt dat het verzoek om herziening niet bedoeld is om de juistheid van een uitspraak ter discussie te stellen zonder dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn. Voor herziening moeten feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij verzoekster niet bekend waren en die, indien wel bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Raad stelt vast dat de aangevoerde gronden en stukken niet aan deze criteria voldoen. De feiten en omstandigheden waarop verzoekster zich beroept, waren al bekend en aan de orde in de eerdere procedure. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 30 augustus 2005 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

05/5922 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep van 30 augustus 2005, 05/3856 WWB,
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 11 april 2006.
I. PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 30 augustus 2005, 05/3856 WWB.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden 28 maart 2006. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door
mr.dr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door F.H.W. Fris, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
De Raad stelt vast dat de gronden die verzoekster tegen de uitspraak van 30 augustus 2005 heeft aangevoerd, en de in verband hiermede ingediende stukken, niet kunnen worden aangemerkt als feiten of omstandigheden als bedoeld in
artikel 8:88 van Pro de Awb. De feiten en omstandigheden waarop verzoekster zich beroept dateren alle van vóór deze uitspraak en zijn in de procedure die tot de uitspraak heeft geleid - materieel - ook aan de orde geweest. Er is derhalve geen sprake van feiten of omstandigheden die bij verzoeker vóór de uitspraak niet bekend waren.
Wat verzoekster met het verzoek om herziening in wezen beoogt, is het ter discussie stellen van de juistheid van de uitspraak van 30 augustus 2005. Daarvoor is het - bijzondere - rechtsmiddel van herziening echter niet bedoeld.
Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.J. van der Veen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 april 2006.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) R.J. van der Veen.