ECLI:NL:CRVB:2006:AW1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens onduidelijkheid over bekendmaking en termijn overschrijding bij bijzondere bijstand
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente ’s-Gravenhage om bijzondere bijstand voor huurkosten af te wijzen en een lening toe te kennen voor woninginrichting. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn, omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend en appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit pas later was bekendgemaakt.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzending van het bestreden besluit per niet-aangetekende post niet was aangetoond door gedaagde, waardoor onzeker bleef wanneer de beroepstermijn was aangevangen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het risico van het niet kunnen aantonen van verzending bij niet-aangetekende post bij de afzender ligt en dat de enkele stempel en registratie in het geautomatiseerde systeem onvoldoende bewijs vormen.
Daarom mocht deze onzekerheid niet ten nadele van appellante werken en werd de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank ’s-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.