ECLI:NL:CRVB:2006:AW1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante was sinds 26 maart 1997 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%.
Op 11 juli 2000 werd deze uitkering ingetrokken met ingang van 11 september 2000, omdat een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling, mede op basis van informatie van de behandelend psychiater, had vastgesteld dat appellante ondanks haar beperkingen in staat was passende functies te vervullen en daarmee geen verlies van verdiencapaciteit had.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond en hechtte beslissende waarde aan het rapport van psychiater M. Kabela. Appellante stelde dat een eerder rapport van psychiater Achilles ten onrechte niet was toegezonden, maar de Raad oordeelde dat dit geen reden was voor vernietiging.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en onderschrijft dat voldoende functies overblijven om de schatting te dragen, ook als de functie van monteur koffiezetters vervalt. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt wordt geacht passende functies te vervullen.