ECLI:NL:CRVB:2006:AW1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij beoordeling arbeidsgehandicaptenstatus
Appellant was door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland aangemerkt als arbeidsgehandicapt op grond van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA). Na een bezwaarprocedure bevestigde het College deze status in een besluit van 29 juli 2003. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak van de rechtbank Leeuwarden.
Tijdens het hoger beroep concludeerde het College bij besluit van 5 oktober 2005 dat appellant vanwege ziekte of gebrek niet in staat was arbeid te verkrijgen of te verrichten en verleende het tijdelijk ontheffing van re-integratieverplichtingen. De Centrale Raad overwoog dat het geschil zich betrof over een afgesloten periode (3 oktober 2002 tot 5 oktober 2005) waarvoor geen juridische of feitelijke gevolgen meer aan de status van appellant verbonden waren.
De Raad stelde vast dat appellant geen procesbelang had bij de beoordeling van het besluit van 29 juli 2003, omdat een oordeel hierover geen invloed kan hebben op toekomstige situaties. Ook de door appellant gestelde immateriële schade werd onvoldoende onderbouwd geacht. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.