ECLI:NL:CRVB:2006:AW2358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verlenging van de termijn voor ziekengeld op grond van artikel 29b Ziektewet bij arbeidsgehandicapte werknemer
De zaak betreft een arbeidsgehandicapte werknemer die zich op 9 oktober 2002 ziek meldde. De werkgever (appellante) kreeg van het UWV te horen dat zij het loon moest doorbetalen en dat de werknemer geen recht had op een Ziektewetuitkering. De werkgever verzocht om verlenging van de termijn van vijf jaar voor ziekengeld op grond van artikel 29b Ziektewet, maar dit werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad stelt vast dat de werknemer een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten heeft vanwege zijn verstandelijke handicap, epilepsie en chronische urethritis. Volgens de Raad staat het feit dat het verhoogde risico zich binnen de vijfjaarstermijn heeft voorgedaan niet in de weg aan verlenging van de termijn op grond van artikel 8 van Pro het Arbeidsgehandicaptebesluit. De restrictieve uitleg van het UWV wordt verworpen omdat deze niet strookt met de tekst, strekking en parlementaire geschiedenis van het besluit.
De Raad concludeert dat het beleid van het UWV de grenzen van redelijke beleidsbepaling overschrijdt en vernietigt het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de werkgever vergoed.
Uitkomst: De termijn voor ziekengeld op grond van artikel 29b Ziektewet wordt verlengd en het bestreden besluit wordt vernietigd.