ECLI:NL:CRVB:2006:AW2431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th. C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuis- en inrichtingskosten die zij in februari 2002 maakte. Deze aanvraag werd op 5 februari 2003 door het College van burgemeester en wethouders van Leiden afgewezen. Het bezwaar tegen deze beslissing werd eveneens ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep van appellante tegen deze besluiten afwees.
In hoger beroep betoogde appellante dat de bijzondere bijstand met terugwerkende kracht toegekend moest worden. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat bijstand in principe alleen op aanvraag wordt verleend en dat toekenning met terugwerkende kracht slechts mogelijk is bij bijzondere omstandigheden. De Raad stelde vast dat appellante pas geruime tijd na het maken van de kosten een aanvraag indiende en dat het niet op de hoogte zijn van de mogelijkheid tot bijzondere bijstand geen bijzondere omstandigheid vormt.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijken van het uitgangspunt rechtvaardigen en bevestigde daarom het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.