ECLI:NL:CRVB:2006:AW2553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van Abw
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een bijstandsuitkering volgens de norm voor een gezin. Voor de echtgenote golden geen arbeidsverplichtingen vanwege een verzorgende taak, voor appellant wel. Het College weigerde appellant ontheffing te verlenen van de verplichtingen uit artikel 113 Abw Pro en legde hem de verplichting op mee te werken aan een nader medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaar ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het College zich niet had mogen baseren op de rapportage van de verzekeringsarts en dat de weigering onredelijk was.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige gegevens voldoende steun bieden voor het standpunt van het College dat appellant beperkt arbeidsgeschikt was. De Raad volgt appellant niet in zijn stelling dat de rapportage niet gebruikt mocht worden. Ook het opleggen van de medewerking aan nader onderzoek is redelijk. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het College om appellant ontheffing te verlenen van de arbeidsverplichtingen.