ECLI:NL:CRVB:2006:AW2829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische juistheid WAO-uitkeringsbesluit en voortzetting arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 september 2002 waarbij zijn WAO-uitkering werd beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde tevens een nadere beslissing van 21 oktober 2005 waarin de uitkering werd voortgezet met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De medische beoordeling berustte op rapportages van een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts, die concludeerden dat appellant geschikt was voor licht rugsparende arbeid zonder zware fysieke belasting en stressvolle situaties.
Appellant stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat relevante medische informatie niet was betrokken. De Raad vond echter geen aanwijzingen dat de medische beoordeling onjuist of onzorgvuldig was, mede omdat de bezwaarverzekeringsarts aanvullende informatie van de behandelend psychiater had betrokken.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het besluit van 17 september 2002 en wees het beroep tegen het besluit van 21 oktober 2005 ongegrond. Tevens werd appellant in de proceskosten veroordeeld en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit van 21 oktober 2005 is ongegrond verklaard.