ECLI:NL:CRVB:2006:AW2856
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft in januari 2002 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië. Deze aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat zij direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In november 2004 verzocht appellante om herziening van dit besluit met aanvullingen over haar ervaringen, met name rondom Fort Willem I en de Mlatengevangenis. De Raad stelt dat voor erkenning primair directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld moet worden vastgesteld. Het verzoek tot herziening bevatte geen nieuwe feiten of gegevens die aanleiding geven het eerdere besluit te wijzigen. De aangevoerde aanvullingen betreffen vooral een nauwkeuriger historisch kader, geen nieuwe objectieve informatie.
De Raad benadrukt dat algemene oorlogsomstandigheden niet als oorlogsgeweld in de zin van de Wet gelden en dat een eigen verklaring zonder objectieve bevestiging onvoldoende is. Er is geen bewijs van directe betrokkenheid bij beschietingen of andere specifieke gebeurtenissen. Daarom kan het bestreden besluit standhouden en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot herziening van het besluit zouden leiden.