ECLI:NL:CRVB:2006:AW2884
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging tijdens Japanse bezetting
Appellante, geboren in 1937 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht in januari 2004 om erkenning als vervolgde en een WUV-uitkering. Zij stelde dat zij geïnterneerd was tijdens de Japanse bezetting en dat haar vader was weggevoerd naar een interneringskamp. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af, omdat appellante geen vrijheidsberoving had ondergaan zoals bedoeld in de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (de Wet).
De Raad overwoog dat de beleidsvrijheid van de verweerster discretionair is en dat gelijkstelling met een vervolgde alleen kan plaatsvinden bij omstandigheden die vergelijkbaar zijn met vervolging en bij klaarblijkelijke hardheid. Appellante verbleef in beschermingskampen die niet als vrijheidsberoving kwalificeren, ondanks toezicht door Japanse bewakers. Ook het wegvoeren van haar vader vond niet plaats met excessief geweld, een criterium voor gelijkstelling.
De Raad concludeerde dat appellante niet in omstandigheden verkeerde die overeenkomen met vervolging zoals omschreven in artikel 2 van Pro de Wet. De aanvraag om uitkering kon daarom niet worden toegewezen. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WUV-uitkering blijft in stand.