ECLI:NL:CRVB:2006:AW3037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen besluit Ziektewet en toewijzing beroep
Appellant, werkzaam als tomatenplukker, meldde zich ziek op 8 juli 2003 en ontving daarna ziekengeld via de vangnetregeling Ziektewet. De verzekeringsarts verklaarde appellant hersteld per 13 november 2003, waarna het UWV een besluit nam dat appellant vanaf die datum geen recht meer had op uitkering. Appellant maakte prematuur bezwaar tegen dit herstelbesluit en later tegen het formele besluit 2 van het UWV.
Het UWV verklaarde het bezwaar tegen besluit 2 niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring. In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar van 24 december 2003 prematuur was gericht tegen het herstelbesluit en dat het UWV met besluit 1 alleen had beslist op het bezwaar tegen het uitblijven van een primair besluit, niet op het prematuur bezwaar.
De Raad overwoog dat het UWV besluit 2 niet op de juiste wijze aan de gemachtigde van appellant had bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn niet was gestart. De Raad stelde vast dat het bezwaar van 14 april 2004 binnen de geldende termijn van zes weken was ingediend en verklaarde het bezwaar ontvankelijk. De niet-ontvankelijkverklaring en de aangevallen uitspraak werden vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het UWV-besluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.