ECLI:NL:CRVB:2006:AW3042
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep bijzondere bijstand voor inrichtingskosten woning wegens gebrek aan belang
Verzoeker had bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van inrichting van een woning. Het College van burgemeester en wethouders van Zwolle wees deze aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens het onderzoek bleek dat verzoeker niet meer woonachtig was in de woning waarvoor de bijzondere bijstand was aangevraagd en dat er geen inrichtingskosten waren gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker daardoor geen belang meer had bij een inhoudelijke beslissing op het hoger beroep. Ook het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. De Raad wees erop dat de wens om een principiële uitspraak te verkrijgen geen rechtens te honoreren belang vormt.
De uitspraak werd gedaan door C. van Viegen en uitgesproken in het openbaar op 19 april 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.