ECLI:NL:CRVB:2006:AW3157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis
Appellant verzocht om een WW-uitkering, die aanvankelijk door het UWV werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de wekeneis. Na bezwaar werd het besluit van afwijzing op 23 februari 2004 herroepen en de uitkering toegekend. Het UWV stelde echter vast dat deze beslissing onjuist was en kondigde aan het besluit in te trekken. Na het horen van appellant trok het UWV het besluit op 26 maart 2004 in.
De rechtbank onderschreef het standpunt van het UWV en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het terugkomen op het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, mede omdat het besluit was genomen na een heroverweging.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan fouten mag herstellen, tenzij dit in strijd is met geschreven of ongeschreven recht. Gezien de snelle kennisgeving, het horen van appellant, het ontbreken van uitvoering van het besluit en het ontbreken van schade of verplichtingen voor appellant, was het intrekken van het besluit rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.