ECLI:NL:CRVB:2006:AW3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding airconditioning in bruikleenauto wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, rolstoelafhankelijk en arbeidsongeschikt, vroeg vergoeding voor airconditioning in haar bruikleenauto die door het UWV ter beschikking is gesteld voor werk- en leefvervoer. Het UWV wees dit af wegens het ontbreken van medische noodzaak voor de voorziening bij de korte woon-werkverkeerritten en het beperkte bereik van leefvervoer.
De Raad overwoog dat airconditioning medisch noodzakelijk is bij langere ritten, maar dat deze ritten niet onder het leefvervoer vallen volgens de criteria die ook gelden voor de Wet voorzieningen gehandicapten. Ritten van twee uur of langer worden beschouwd als bovenregionaal vervoer en vallen niet onder de vergoeding tenzij sprake is van een essentieel sociaal contact dat zonder deze voorziening tot isolement leidt.
Aangezien appellante dit niet voldoende aannemelijk maakte en de ritten voor werk en leefvervoer korter zijn dan de vereiste afstand, oordeelde de Raad dat het UWV terecht de vergoeding weigerde. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding voor airconditioning in de bruikleenauto wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak voor ritten binnen de directe woon- en leefomgeving.