ECLI:NL:CRVB:2006:AW3530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fietsregeling en verstrekking van reischeques als loon in natura onder de Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft bezwaren van twee vennootschappen tegen correctienota’s van het bestuursorgaan over de jaren 1996 tot en met 2000 inzake een fietsregeling en verstrekte reischeques. De rechtbank had geoordeeld dat de fietsregeling geen loon in natura was, maar loon in geld, en dat de reischeques niet als loon uit dienstbetrekking konden worden aangemerkt omdat geen sprake was van verstrekking in concernverband.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank over de fietsregeling, waarbij wordt vastgesteld dat de regeling een vergoedingsregeling is en niet voorziet in loon in natura. Ook volgt de Raad het oordeel dat de reischeques niet als loon uit dienstbetrekking gelden, omdat er geen beslissende zeggenschap van de moedermaatschappij was ten tijde van de verstrekking.
De Raad veroordeelt het bestuursorgaan in de proceskosten van belanghebbende en bevestigt het bestreden besluit. Tevens wordt een recht van € 422,- geheven van het bestuursorgaan. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad wegens schending of verkeerde toepassing van het begrip loon in de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de fietsregeling geen loon in natura is en dat de verstrekte reischeques niet als loon uit dienstbetrekking gelden, en veroordeelt het bestuursorgaan in de proceskosten.