ECLI:NL:CRVB:2003:AL7523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- A.B.J. van der Ham
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Premieplichtigheid van uitkeringen aan werknemers in concernverband volgens de Coördinatiewet Sociale Verzekering
In deze zaak stond de vraag centraal of uitkeringen die een stichting heeft betaald aan werknemers van appellante, kunnen worden aangemerkt als premieplichtig loon volgens artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De stichting had na verkoop van aandelen van de [naam groep] Groep liquide middelen verkregen en deze middels een regeling uitgekeerd aan werknemers en oud-werknemers, waarbij de hoogte van de uitkering was gekoppeld aan de duur van het dienstverband. Gedaagde stelde dat deze uitkeringen als loon moeten worden beschouwd, mede vanwege de nauwe verbondenheid tussen appellante en de stichting en de medewerking van appellante aan de regeling.
Appellante voerde aan dat het geen loon uit dienstbetrekking betrof, maar inkomsten uit arbeid die niet onder artikel 4 CSV Pro vallen, en dat zij geen bemoeienis had gehad met de uitkeringen. Ook werd betoogd dat het loonbegrip van artikel 4 CSV Pro niet gelijk is aan dat van de Wet LB of Wet IB.
De Raad overwoog dat, ondanks dat appellante en de stichting geen concern meer vormden ten tijde van de betalingen, de nauwe verbondenheid en het medeweten van appellante de uitkeringen premieplichtig maken. Tevens werd geoordeeld dat het loon uit een tegenwoordige dienstbetrekking betreft, omdat de uitkeringen nauw verband houden met arbeid in een bepaalde periode.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Haarlem en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de uitkeringen premieplichtig loon zijn en wijst het hoger beroep af.