ECLI:NL:CRVB:2006:AW3665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-geldig verblijfsdocument onterecht
Appellante, een Portugese onderdaan die sinds 1993 in Nederland verblijft, verzocht in 2000 om een bijstandsuitkering. Het College wees dit af omdat zij niet beschikte over een geldig verblijfsdocument en niet tot de kring van rechthebbenden volgens artikel 7 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) behoorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellante ten tijde van belang rechtmatig in Nederland verbleef als EG-werknemer en tijdig een aanvraag om voortgezette toelating had ingediend op humanitaire gronden. Hierdoor moest zij op grond van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Abw met een Nederlander worden gelijkgesteld.
De Raad oordeelde dat het College ten onrechte appellante niet gelijkstelde met een Nederlander en daardoor onterecht de bijstandsuitkering weigerde. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het College heeft appellante ten onrechte niet gelijkgesteld met een Nederlander en onterecht de bijstandsuitkering geweigerd; het besluit wordt vernietigd.