ECLI:NL:CRVB:2006:AW4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken ziekte of gebrek per peildatum
Appellant, een straatveger, verzocht om een WAO-uitkering wegens chronische knieklachten. Het UWV wees dit af omdat op 5 november 2001 geen sprake was van een ziekte of gebrek en de wachttijd van 52 weken niet was voltooid. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moest nemen.
In hoger beroep stelde het UWV dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. De Raad overwoog dat de medische onderzoeken door verzekeringsartsen en orthopedisch chirurg geen aanwijzingen gaven voor een ziekte of gebrek op de peildatum.
Hoewel appellant later een verklaring van een hematoloog overlegde waaruit bleek dat hij leed aan chronische leukemie, oordeelde de bezwaarverzekeringsarts dat deze aandoening op de peildatum nog niet aanwezig kon zijn en de knieklachten niet verklaarde. De Raad volgde dit standpunt en vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering per 5 november 2001 wordt gehandhaafd.