ECLI:NL:CRVB:2006:AW4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering vanwege rugklachten. Na een herbeoordeling in 2001 handhaafde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Appellante betwistte dit en voerde aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, onder meer omdat fibromyalgie als diagnose onvoldoende was onderzocht en andere aandoeningen zoals LE tumidus mogelijk niet waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV zijn standpunt had gewijzigd en het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Daarnaast wees de Raad de proceskosten toe aan appellante, waaronder kosten voor rechtsbijstand en medische rapportages, en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed. Vergoeding van schade werd niet toegewezen wegens onvoldoende inzicht in de omvang daarvan.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.