ECLI:NL:CRVB:2004:AR4716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en motivering van arbeidsongeschiktheidsbesluiten met gebruik van het CBBS
Appellante, werkzaam als salarisadministrateur, kreeg een WAO-uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, vastgesteld met behulp van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). Na bezwaar en beroep werd het besluit door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
De Raad beoordeelde het CBBS als een in beginsel rechtens aanvaardbaar ondersteunend systeem voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid, maar constateerde diverse onvolkomenheden die de transparantie, toetsbaarheid en verifieerbaarheid van de besluiten kunnen belemmeren. Daarom moeten hogere eisen worden gesteld aan de motivering en verslaglegging van individuele schattingsbesluiten zolang het systeem ongewijzigd blijft.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat de medische beperkingen van appellante niet zijn overschat en dat de geselecteerde functies passend zijn, mede gelet op het feit dat het CBBS rekening houdt met beperkingen en dat de functies minder intensief toetsenbordgebruik vereisen dan appellantes oorspronkelijke werk.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en benadrukte dat het Uwv wordt aanbevolen het CBBS-systeem aan te passen om de gesignaleerde problemen structureel op te lossen, met een redelijke termijn tot uiterlijk 1 juli 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van 15-25% arbeidsongeschiktheid met gebruik van het CBBS.