ECLI:NL:CRVB:2006:AW4123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerkster linnenkamer, meldde zich ziek met nek-, hoofd- en armpijn en vermoeidheid. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek weigerde het UWV aanvankelijk een WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Later werd een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 35-45% per 3 december 2001.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij medisch gezien veel meer beperkt was en volledig arbeidsongeschikt had moeten worden verklaard, onder meer op basis van nieuwe medische verklaringen en klachten over medicijnbijwerkingen. Het UWV betwistte dit en stelde dat de voorgehouden functies nog passend waren.
De Centrale Raad oordeelde dat de medische beperkingen niet zodanig waren dat het bestreden besluit onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd was. De Raad vond dat het UWV de beperkingen voldoende had meegewogen en dat de functies passend waren. Ook de stelling over medicijnbijwerkingen werd niet aannemelijk geacht.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding of schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van een volledige WAO-uitkering wordt bevestigd.