ECLI:NL:CRVB:2006:AW4144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken geldig levensbewijs
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om kinderbijslag toe te kennen voor zijn zoon Martin over het eerste kwartaal van 2001. De Svb stelde dat appellant geen geldig bewijs van in leven zijn had overgelegd, zoals vereist op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Appellant voerde aan dat een Slowaaks geboortebewijs gelijkgesteld moest worden aan een levensbewijs, omdat dit alleen wordt afgegeven aan personen die nog in leven zijn. De Svb accepteerde dit niet en eiste een officieel levensbewijs afgegeven door een bevoegde instantie waaruit blijkt dat het kind daadwerkelijk in leven is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de Svb binnen haar bevoegdheid handelt door strikte eisen te stellen aan het levensbewijs en dat een geboortebewijs niet voldoet omdat het alleen de inschrijving in het geboortenregister toont. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De weigering van kinderbijslag wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een geldig levensbewijs.