ECLI:NL:CRVB:2006:AW4159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van belastbaarheid en geschiktheid functies
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering, die was gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, waarna deze was herzien naar 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking gegrond, maar het bezwaar tegen de herziening ongegrond. Appellant stelde dat hij doorlopend volledig arbeidsongeschikt was en dat eerdere vaststellingen van een hoge mate van arbeidsongeschiktheid onterecht waren herzien.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant met zijn medische beperkingen in staat is om de hem voorgehouden functies te vervullen. Er zijn voldoende geschikte functies met voldoende arbeidsplaatsen beschikbaar. De vergelijking van de mediane loonwaarde van deze functies met het maatmaninkomen van appellant resulteert in een verlies aan verdiencapaciteit van 22,54%, passend binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en onderschreef de medische beoordeling van de verzekeringsarts, mede gebaseerd op een psycho-expertise. Appellant heeft geen nieuwe medische stukken overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%.