ECLI:NL:CRVB:2006:AW4351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een bijstandsuitkering door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en deze uitspraak is nu door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
Appellante stelde dat zij door ernstige psychische problemen niet in staat was tijdig bezwaar te maken en dat het College het besluit onzorgvuldig had voorbereid. Ook voerde zij aan dat het College het gelijkheidsbeginsel had geschonden door haar niet vooraf te informeren over de termijnoverschrijding. De Raad verwierp deze stellingen en oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar gronden voor termijnverschoonbaarheid naar voren te brengen tijdens de hoorzitting.
Daarnaast bleek uit het dossier dat appellante haar zus tijdig had ingeschakeld om een bezwaarschrift op te stellen, dat zij pas na het verstrijken van de termijn bij het College heeft ingediend. Dit maakte het niet aannemelijk dat zij door psychische problemen niet eerder kon handelen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.