ECLI:NL:CRVB:2006:AW4392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens ontbreken vrijwillige verzekering op overlijdensdatum
Appellante verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die niet langer verplicht verzekerd was sinds 1 januari 2000. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de overledene op de overlijdensdatum niet vrijwillig verzekerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad stelde vast dat de overledene niet verzekerd was op basis van Nederlandse of internationale regelingen. Hoewel appellante stelde dat onvoldoende informatie was verstrekt over het einde van de verplichte verzekering en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, bleek uit een mailinglijst dat de overledene tijdig was geïnformeerd.
Een verzoek om postume toelating tot de vrijwillige verzekering werd door de Svb afgewezen. De Raad vond geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigde de afwijzing van de nabestaandenuitkering. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon op 21 april 2006.
Uitkomst: De aanvraag om een nabestaandenuitkering werd afgewezen omdat de overledene op het moment van overlijden niet vrijwillig verzekerd was volgens de ANW.