ECLI:NL:CRVB:2005:AU8520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.D.A. Bos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekering overleden echtgenoot
Appellante, wonende in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die niet meer verzekerd was sinds 1 januari 2000. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW en ook niet krachtens Marokkaanse wetgeving.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellante voerde aan dat de beëindiging van de verplichte verzekering in strijd was met het vertrouwensbeginsel en diverse internationale verdragen, waaronder het IVBPR, het EVRM, de Associatieovereenkomst en EU-verordeningen.
De Raad oordeelde dat de beëindiging van de verzekeringsplicht gerechtvaardigd en proportioneel was en dat appellante tijdig was geïnformeerd over de beëindiging en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Daarnaast werd geoordeeld dat internationale verdragen en het vertrouwensbeginsel niet tot een andere uitkomst leiden. De Raad liet open of een toekomstige regeling die afhankelijk is van nationaliteit aan toetsing onderhevig is.
De Raad bevestigde de weigering van de nabestaandenuitkering en wees op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de ANW.