ECLI:NL:CRVB:2006:AW4598
Centrale Raad van Beroep
- Cassatie
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnoverschrijding bij eervol ontslag ambtenaar niet verschoonbaar
Appellant, een ambtenaar bij de Belastingdienst, kreeg op 24 december 2002 eervol ontslag wegens ongeschiktheid voor zijn functie. Hij diende op 28 mei 2003 een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar dit werd op 5 februari 2004 niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat de overschrijding niet verschoonbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ernstige psychische klachten en alcoholproblemen hem belemmerden om tijdig bezwaar te maken. Tevens stelde hij dat de uitreiking van het ontslagbesluit vlak voor kerst nadelig op zijn toestand had ingewerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen geobjectiveerde medische gegevens had overgelegd die zijn belemmeringen konden onderbouwen. Ook de getuigenverklaring van zijn huisbaas toonde geen volledige onbekwaamheid aan om bezwaar te maken. De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding appellant kan worden tegengeworpen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Tot slot wees de Raad een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 april 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar is en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.