ECLI:NL:CRVB:2006:AW7289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en vaststelling belastbaarheid volgens WAO
Appellant was tot 24 augustus 1984 werkzaam als productiemedewerker en meldde zich op 12 september 1984 vanuit Portugal ziek. Het UWV kende hem met ingang van 11 september 1985 een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Appellant betwistte dit en stelde dat hij conform de Portugese controlearts volledig arbeidsongeschikt was geweest in de periode tot september 1987.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het UWV terecht een combinatie van medische en arbeidskundige criteria hanteerde bij het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid. De medische visie van de Portugese arts werd als onderdeel van het dossieronderzoek meegenomen, maar het UWV hoefde deze niet te volgen. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies en berekende het verlies aan verdiencapaciteit correct.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de lange duur van de besluitvorming en het ontbreken van een persoonlijk onderzoek en gesprek met een arbeidsdeskundige tot een hogere uitkering zouden moeten leiden. De Raad verwierp deze grieven en bevestigde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders. Het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden en de toekenning van een volledige WAO-uitkering wegens de lange duur van de procedure werd niet gegrond geacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid van appellant wordt vastgesteld op 25 tot 35%.