ECLI:NL:CRVB:2009:BI1894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1992 wegens eczeem arbeidsongeschikt was verklaard, kreeg zijn WAO-uitkering in 2005 ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na bezwaar en een vernietiging van het besluit door de rechtbank, waarbij de rechtsgevolgen in stand werden gelaten, stelde appellant in hoger beroep dat het Uwv zijn klachten en opleidingsniveau onjuist had beoordeeld en verzocht om nader deskundigenonderzoek.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling, gebaseerd op dossieronderzoek en expertise, zorgvuldig en deugdelijk is en dat er geen aanleiding is voor aanvullend onderzoek. Ook is vastgesteld dat appellant het opleidingsniveau correct is ingeschat en dat de functies die hem werden aangeboden passend zijn. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de besluitvorming niet is overschreden en dat er geen plicht bestond voor de arbeidsdeskundige om mondelinge toelichting te geven. De Raad acht geen gronden aanwezig voor vergoeding van schade of toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.