ECLI:NL:CRVB:2006:AW7386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering ondanks bezwaar en onkostenvergoeding
Appellant ontving sinds 1996 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. Na het hervatten van werkzaamheden in augustus 2001 herberekende het UWV de uitkering over de periode van augustus 2001 tot oktober 2002, waarna een terugvordering van €3.559,13 werd opgelegd wegens teveel ontvangen uitkering.
Appellant voerde aan dat de onkostenvergoeding ten onrechte was verdisconteerd in de maatmaninkomenberekening en dat er een gerechtvaardigde verwachting bestond dat na anderhalf jaar geen terugvordering zou plaatsvinden. Tevens stelde hij dat bezwaar tegen het besluit terugvordering uitsloot en dat onvoldoende motivering was gegeven waarom de onkostenvergoeding nadelig voor hem was.
De Raad oordeelde dat uit de stukken en rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige blijkt dat alleen belaste inkomsten zijn meegenomen in de maatmaninkomenberekening en dat de onkostenvergoeding niet onjuist is verwerkt. De toepassing van artikel 44 en Pro 57 van de WAO door het UWV was correct en terugvordering was verplicht. Bezwaar tegen het eerdere besluit vormt geen reden om terugvordering te staken. De verwachting dat later verrekening niet zou plaatsvinden is juridisch niet relevant.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de teveel betaalde WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.