ECLI:NL:CRVB:2006:AW7389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellant werkte van oktober 1996 tot juni 1997 via een uitzendbureau bij een champignonkwekerij. Na een periode van ziekengeld wegens medische klachten, verscheen zij op 14 april 1997 weer op het werk. Het UWV besloot daarop haar Ziektewet-uitkering per die datum te beëindigen, wat door appellant werd aangevochten met het standpunt dat zij niet in staat was haar werkzaamheden te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad baseerde zich op medische rapporten, verklaringen van het uitzendbureau en het feit dat appellant daadwerkelijk op het werk aanwezig was en werkzaamheden verrichtte. Er was geen overtuigend bewijs dat appellant niet functioneerde of slechts een mislukte werkhervatting had.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vanaf 14 april 1997 niet in staat was te werken en dat de intrekking van de Ziektewet-uitkering terecht was. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering vanaf 14 april 1997 wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.