ECLI:NL:CRVB:2006:AW7726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing. Tijdens de zitting op 6 maart 2006 was appellant aanwezig, maar het College van burgemeester en wethouders van Zwolle was niet vertegenwoordigd.
De Raad oordeelde dat het hoger-beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was. Het afschrift van de uitspraak was verzonden naar het bij de rechtbank opgegeven adres, maar appellant had de rechtbank niet geïnformeerd over zijn detentie. Hierdoor kreeg appellant pas na zijn ontslag op 20 september 2005 kennis van de uitspraak.
Gezien deze feiten verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2006.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk.