ECLI:NL:CRVB:2006:AW7726

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/6095 NABW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing. Tijdens de zitting op 6 maart 2006 was appellant aanwezig, maar het College van burgemeester en wethouders van Zwolle was niet vertegenwoordigd.

De Raad oordeelde dat het hoger-beroepschrift niet tijdig was ingediend en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in verzuim was. Het afschrift van de uitspraak was verzonden naar het bij de rechtbank opgegeven adres, maar appellant had de rechtbank niet geïnformeerd over zijn detentie. Hierdoor kreeg appellant pas na zijn ontslag op 20 september 2005 kennis van de uitspraak.

Gezien deze feiten verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2006.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk.

Uitspraak

05/6095 NABW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 juli 2005, 05/870 en 05/871 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle (hierna: het College)
Datum uitspraak: 18 april 2006
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 november 2005 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 november 2005 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2006. Appellant is verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 november 2005 berust hierop, dat het hoger-beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In hetgeen appellant in verzet naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen grond om tot een ander oordeel te komen. Vaststaat dat het afschrift van de aangevallen uitspraak is gezonden aan het door appellant bij het instellen van het beroep aan de rechtbank opgegeven adres en dat appellant aan de rechtbank geen mededeling heeft gedaan van het feit dat hij gedetineerd was. Appellant heeft het derhalve aan zichzelf te wijten dat hij eerst na zijn ontslag uit detentie op 20 september 2005 kennis heeft gekregen van de aangevallen uitspraak.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 april 2006.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.