Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2006:AW7727

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/5475 NABW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellante het verschuldigde griffierecht van €103 niet binnen de gestelde termijn van vier weken had voldaan.

Tegen deze beslissing heeft appellante verzet gedaan, maar de Raad oordeelt dat het verzet ongegrond is. De Raad benadrukt dat artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Beroepswet niet van toepassing is omdat er geen gezamenlijk hoger beroepschrift is, maar twee afzonderlijke. Hierdoor is appellante zelfstandig griffierecht verschuldigd.

De Raad merkt op dat het standpunt over de toepasselijkheid van dit wetsartikel niet tijdig is kenbaar gemaakt, waardoor het griffierecht alsnog tijdig had kunnen worden voldaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

05/5475 NABW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2005, 03/5502 en 03/5534 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College)
Datum uitspraak: 18 april 2006
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 22 november 2005 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 22 november 2005 heeft mr. R.A. Rhodes, advocaat te Amsterdam, namens appellante verzet gedaan.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 6 maart 2006, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 22 november 2005 berust hierop, dat appellante het in hoger beroep verschuldigde griffierecht van € 103,-- niet binnen de bij de aangetekend verzonden brief van de griffier van de Raad van 30 september 2005 gestelde termijn van vier weken heeft voldaan, en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In hetgeen mr. Rhodes namens appellante in verzet naar voren heeft gebracht ziet de Raad geen grond om tot een ander oordeel te komen. Artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Beroepswet is in dit geval niet van toepassing. Er is immers geen sprake van een gezamenlijk (hoger-)beroepschrift van appellante en van O.L. Manuel, maar van twee afzonderlijke (hoger-)beroepschriften. Zowel appellante als Manuel is derhalve griffierecht verschuldigd.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
De Raad merkt overigens nog op dat niet valt in te zien waarom mr. Rhodes zijn standpunt omtrent de toepasselijkheid van artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Beroepswet niet vóór het einde van de betalingstermijn aan de Raad kenbaar heeft gemaakt. In dat geval had het griffierecht immers - alsnog - tijdig kunnen worden voldaan.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, uitgesproken in het openbaar op 18 april 2006.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.