ECLI:NL:CRVB:2006:AW7727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig betalen griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellante het verschuldigde griffierecht van €103 niet binnen de gestelde termijn van vier weken had voldaan.
Tegen deze beslissing heeft appellante verzet gedaan, maar de Raad oordeelt dat het verzet ongegrond is. De Raad benadrukt dat artikel 22, eerste lid, tweede volzin, van de Beroepswet niet van toepassing is omdat er geen gezamenlijk hoger beroepschrift is, maar twee afzonderlijke. Hierdoor is appellante zelfstandig griffierecht verschuldigd.
De Raad merkt op dat het standpunt over de toepasselijkheid van dit wetsartikel niet tijdig is kenbaar gemaakt, waardoor het griffierecht alsnog tijdig had kunnen worden voldaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.