ECLI:NL:CRVB:2006:AW7818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand dieetkosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de meerkosten van een dieet voorgeschreven door haar arts vanwege vermoeidheidsklachten. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde deze bijstand omdat volgens medische adviezen van artsen van de GG&GD geen medische noodzaak voor het dieet bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelt vast dat op basis van de overgelegde medische rapporten geen objectieve medische noodzaak voor het dieet is aangetoond.
De Raad overweegt dat bijzondere bijstand slechts kan worden toegekend indien sprake is van noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm en draagkracht. Aangezien de medische noodzaak ontbreekt, is er geen grond voor bijzondere bijstand. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens ontbreken van medische noodzaak voor het dieet.