ECLI:NL:CRVB:2006:AW9177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld en terugvordering na ziekmelding vanuit buitenland
Appellante was werkzaam als inpakster tot 4 februari 2002 en ontving daarna een WW-uitkering tot 4 augustus 2002. Tijdens haar vakantie in Turkije meldde zij zich op 30 juli 2002 ziek met psychische klachten. Na terugkeer in Nederland op 30 augustus 2002 werd zij op 25 september 2002 onderzocht door een verzekeringsarts, die concludeerde dat zij vanaf 21 augustus 2002 niet meer arbeidsongeschikt was. Deze conclusie was gebaseerd op een verklaring van een Turkse psychiater en informatie van de huisarts.
Het UWV weigerde ziekengeld vanaf 21 augustus 2002 en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de beoordeling van de terugvordering achterwege omdat appellante daartegen niets had aangevoerd. In hoger beroep stelde appellante dat zij nog steeds ziek was en vroeg om inschakeling van een deskundige vanwege discrepanties tussen artsen.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding zag om af te wijken van het primaire oordeel en dat de rechtbank geen reden had om aan de medische grondslag te twijfelen. De door appellante overgelegde stukken na de datum in geding waren onvoldoende om het besluit te wijzigen. De terugvordering werd niet verder behandeld omdat het beroep daarop niet was gemotiveerd. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld en de terugvordering daarvan.