ECLI:NL:CRVB:2006:AW9230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor eerdere functies ondanks subjectieve klachten
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster via een uitzendbureau, viel in februari 2000 uit wegens reactieve klachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordeling in januari 2002 achtte het Uwv haar minder dan 15% arbeidsongeschikt, waarna zij een WW-uitkering ontving. In juli 2002 meldde zij zich ziek met rug-, heup- en schouderklachten. Het Uwv weigerde haar vanaf november 2002 ziekengeld toe te kennen, een besluit dat ook in bezwaar en eerste aanleg werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat was de functies te verrichten die haar in de laatste WAO-beoordeling waren toegeschreven, mede vanwege lichamelijke en psychische klachten. Zij overlegde medische rapporten, waaronder van een orthopedisch chirurg en een DEXA-meting. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat deze gegevens geen aanleiding gaven voor een hogere mate van beperkingen dan eerder vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het Uwv terecht aannam dat appellante per 22 november 2002 in staat was ten minste één van de eerder vastgestelde functies te verrichten. De subjectieve beleving van appellante was niet doorslaggevend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld per 22 november 2002 omdat appellante in staat was functies te verrichten die eerder waren vastgesteld.