ECLI:NL:CRVB:2006:AX1253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderbijslag wegens detentie en huishouding
Appellant verbleef van juni 1992 tot september 1998 in detentie in Frankrijk, waarna zijn detentie in Nederland werd voortgezet. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag over diverse kwartalen in 1995 en 1996, omdat de kinderen niet tot zijn huishouden behoorden en hij hen niet in belangrijke mate heeft onderhouden. De Svb vorderde de te veel betaalde kinderbijslag terug.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het terugvorderingsbesluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze instandhouding. De Raad stelde vast dat onverschuldigde betaling door het niet melden van detentie had plaatsgevonden en dat de Svb terecht tot terugvordering was overgegaan. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, mede omdat appellant geen inzicht gaf in zijn financiële situatie.
De Raad oordeelde ook dat de verrekening van het teruggevorderde bedrag met andere kinderbijslagvorderingen door de Svb rechtmatig was, mede omdat appellant weigerde informatie te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van belang was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde kinderbijslag en de verrekening daarvan met andere aanspraken.