ECLI:NL:CRVB:2006:AX1300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Weigering verstrekking bruikleenauto wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant lijdt aan orthopedische klachten die zijn mobiliteit beperken en verergeren bij koude en regen. Na het verslijten van een eerder verstrekte bruikleenauto vroeg hij op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) om vervanging. Het College weigerde dit op advies van het regionaal indicatieorgaan Tot & Met (T&M), dat concludeerde dat appellant zich met adequate kleding kan beschermen tegen weersinvloeden en gebruik kan maken van een scootmobiel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat het beleid van het College, dat een medische noodzaak tot bescherming tegen weersinvloeden vereist, niet onredelijk was. Appellant stelde in hoger beroep dat dit criterium te strikt is en dat hij vanwege zijn kwetsbare huid en beperkte mobiliteit geen scootmobiel kan gebruiken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College terecht het advies van T&M heeft gevolgd, dat is gebaseerd op eigen onderzoek en informatie van de huisarts. Hoewel de huisarts verklaarde dat de littekens pijnlijk zijn bij vochtige kou, betekent dit niet dat appellant zich niet kan beschermen met adequate kleding. Er is daarom geen medische noodzaak voor een bruikleenauto.
De Raad bevestigt het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het College om appellant een bruikleenauto te verstrekken wegens het ontbreken van een medische noodzaak.