ECLI:NL:CRVB:2006:AX1337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en besluit werkpolis in het kader van de Wet werk en bijstand
Appellant tekende op 25 oktober 2004 een werkpolis waarin arbeidsverplichtingen waren afgestemd op zijn persoonlijke situatie, met een voorbehoud over het aantal uren werk. Hij maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen deze werkpolis. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de werkpolis geen zelfstandig besluit zou zijn en dus geen bezwaar mogelijk was.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn kanttekeningen bij de werkpolis als bezwaar moesten worden gezien en dat de werkpolis wel als besluit moest worden aangemerkt. Het College stelde dat de werkpolis geen zelfstandig besluit is, maar voortvloeit uit de WWB, en dat er geen sprake was van niet tijdig beslissen op bezwaar.
De Raad oordeelde dat de werkpolis integraal onderdeel is van het besluit van 28 oktober 2004, waartegen bezwaar en beroep openstaan. Op 25 oktober 2004 kon appellant dus nog geen bezwaar maken tegen de werkpolis. Het voorbehoud bij ondertekening was geen bezwaar in de zin van de Awb. Het bezwaar van 16 maart 2005 werd wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd omdat deze het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 28 oktober 2004 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.